Midweek
Muhlbach-sur-Munster (Vogezen)
van 6 tot 10 september 2010


Maandag 6 september in de vroege ochtend gonsde het van de bedrijvigheid in de anders zo rustige Landbeekstraat. Chauffeur Herman van Ivo Cars zette zijn reisbus op de oprit bij Edmond en Josée, enkele mensen werden gebracht en 9 auto’s werden geparkeerd op de omheinde en afgesloten binnenplaats bij Lucien en Josée. Reden: de start van onze jaarlijkse midweek, deze keer in de Elzas, meer bepaald in Muhlbach-sur-Munster in hotel Perle des Vosges. We vertrokken met 34 deelnemers, 7 meer dan vorig jaar.

Zoals gewoonlijk stopten we aan het AC restaurant Hondelange nabij Arlon voor een ontbijt en daarna reden we verder via Metz tot in Nancy waar Herman ons afzette op de busparking aan de Quai Ste Catherine. Van hieruit nam Wilfried ons mee voor een korte stadswandeling door Nancy, hoofdstad van het departement Meurthe-et-Moselle.

de groep Sluisstappers


waterval

Onmiddellijk na de start trokken we de Jardin Godron in. Deze botanische tuin, aangelegd in 1758 in opdracht van Stanislas, gewezen Poolse koning en laatste hertog van Lotharingen, heeft een uitgebreide collectie bloemrijke sierplanten en uitzonderlijke boomsoorten. We vervolgden onze weg naar de Place Stanislas, het fraaiste koninklijke plein van Europa. Het wordt omringd door fijn bewerkte en sierlijk vergulde hekken, statige fonteinen en imposante gebouwen zoals de opera, het stadhuis en het museum voor beeldende kunsten. We liepen verder onder de triomfboog door en bereikten het Parc de la Pépinière. Dit 21 hectare groot wandelpark werd oorspronkelijk aangelegd als boomkwekerij voor de langs de wegen te plaatsen bomen. Vervolgens trokken we het middeleeuwse Nancy binnen en eindigden op de Place la Fayette bij het standbeeld van Jeanne d’Arc. We verdeelden ons in kleinere groepen en gingen op zoek naar eten.

Zoals afgesproken was iedereen om 14 uur aan de bus en konden we onze reis verder zetten. Tussen Epinal en Gérardmer stopten we even om naar de Grande Cascade de Tendon te gaan kijken. Deze 32 meter hoge waterval was volgens Wilfried slechts een dikke 100 meter ver. Hij had er evenwel niet bij verteld dat deze afstand gold vanaf de parking beneden en dus konden we onze conditie al een eerste keer testen met een afdaling en een klim van zo’n 800 m lang.

Bij het overschrijden van de bergpas Col de la Schlucht (1139 m) reden we de regio Elzas binnen. Deze regio bestaat uit twee departementen nl. Bas-Rhin en Haut-Rhin met respectievelijk Straatsburg en Colmar als hoofdstad. Eerder vernoemde bergpas maakt deel uit van de bergketen de Vogezen waarvan de westflank in Lotharingen afdaalt en de oostflank in de Elzas, met als hoogste punt de Grand Ballon (1424 m).

Omdat het al tamelijk laat geworden was werd een geplande stop in Munster van het programma geschrapt en reden we rechtstreeks naar het hotel Perle des Vosges in Muhlbach-sur-Munster. Deze gemeente met 725 inwoners ligt in het Franse departement Haut-Rhin en maakt deel uit van het arrondissement Colmar. Iedereen mocht een sleutel nemen en de kamers – van héél eenvoudig tot suite – werden opgezocht. We hadden tijd om onze bagage uit te pakken, ons op te frissen, iets te gaan drinken en tegen 19u30 gingen we naar het restaurant voor het avondeten. Na enig geharrewar vond iedereen een plaats en werd het eten opgediend. Daarna trok iedereen (sommigen via de bar) richting bed want het was een lange dag geweest.

midweek10 3

Terwijl het buiten stevig regende, trokken we dinsdagmorgen nieuwsgierig op zoek naar het ontbijt. In tegenstelling tot de croissant en het stokbrood met confituur van vorig jaar in Planchez was er nu een uitgebreid ontbijtbuffet, zonder eitjes maar toch met voldoende variatie.

Na het ontbijt vertrok iedereen met de bus richting Metzeral waar 13 kandidaten voor de lange afstand aan het station werden gedropt voor een wandeling van 18,2 km van Metzeral naar Munster. Het regende minder hard en na een lichte opwarming nam Etienne ons op sleeptouw stopvoor een tocht waarvan het eerste stuk voortdurend bergop ging, van 478 m tot 1141 m. Op één van de recuperatiestops begonnen Magda, Jeannine en Pierre plots te strippen.

Het bleef wel bij het uittrekken van hun plastieken regenbroek, bij een klimtocht toch niet zo’n goede keuze, ze werden van binnen natter dan van buiten. Even vóór de middag bereikten we Gaschney (993 m), in de winter een klein sympathiek wintersportcentrum en in de zomer een knooppunt van wandelingen. In de ferme-auberge Gaschney gingen we iets drinken en even rusten want om er te eten waren we te vroeg. Daarna ging onze tocht in stijgende lijn voort tot ferme-auberge Schiessroth (1141 m).

midweek10 4

Daar werden we op muziek onthaald en er stonden een paar tafels gedekt. Waar hadden wij zo’n ontvangst aan verdiend? Bleek dat de plaatselijke boeren de jaarlijkse “Almabtrieb”, het naar beneden halen van de koeien, vierden. Daarom dat we die dag enkel soep met brood en/of een schotel met een mix van kaas en vlees konden bestellen. Het voorstel om samen met de nabij de Almabtriebkoeien de terugtocht naar het dal mee te maken was wel aanlokkelijk maar om praktische redenen besloten we toch ons aan het progamma te houden. Na een soort panoramawandeling over een koeienpad en een moeilijke afdaling met stenen en water belandden we opnieuw in Gaschney waar ons nog een afdaling wachtte van 993 m naar 370 m (Munster). Een goed begaanbare weg bracht ons naar de Col du Sattel (738 m). We mochten opnieuw de regenschermen bovenhalen en hoe dichter we Munster naderden hoe harder het begon te regenen. Aan de bus gekomen bleek dat de mensen van de korte afstand nog niet terug waren en we zochten een overdekt terrasje op. Jammer dat we door de regen niet de mogelijkheid hadden om Munster wat beter te leren kennen.

Na de lange afstandstappers afgezet te hebben in Metzeral bracht Herman de anderen via Munster, de Col de la Schlucht en Gérardmer naar het dorpje Plainfaing.

Confiserie Des Hautes Vosges

Omdat het weer nogal regenachtig was, hadden we besloten om het geplande bezoek aan de Confiserie Des Hautes Vosges in de voormiddag te laten doorgaan in de hoop dat het na de middag beter weer zou zijn.

In dit bedrijf komen jaarlijks meer dan 170.000 bezoekers kijken hoe men deze lekkere snoepjes maakt.

Na een telefoontje waren we direct welkom en een lieve dame stond ons al op te wachten. Zij gaf ons een algemeen beeld van de fabricatie van de snoepjes. Dan kwam het grote moment, wij mochten het maken van de lading snoepjes live bijwonen.

Dus je begint met water en suiker dat je aan de kook brengt. Dan voeg je hier glucose bij die gemaakt is op basis van mais. Als je dan een homogene massa hebt, giet je die uit op een grote plaat om af te koelen en voeg je daar de ingrediënten bij, in ons geval was dit eucalyptussap en munt. Het prikkelde hevig in onze ogen en neus zodat we daar allemaal met een betraand gezicht stonden.

Dit beslag werd bewerkt zoals je brooddeeg kneedt tot alles goed gemengd was en dan in de machine gestoken om geperst en versneden te worden tot snoepjes. Van één beslag worden ongeveer 20.000 snoepjes gemaakt. Nu we overtuigd waren dat dit uiterst gezonde snoepjes zijn, konden we niet anders dan een paar zakjes meenemen als we doorgingen.

Herman bracht ons terug naar Munster ( nog eens die Col over….). Na daar iets gegeten te hebben, vertrokken we voor een wandeling van ongeveer 9,5 km.

Geissbach

We staken het riviertje de Fecht over en ook de spoorweg en dan begon de klim die nogal steil was tot in het gehuchtje Emm. Daarmee hadden we het steilste deel van de wandeling voor die dag achter de rug. Van nu af was het parcours meer glooiend.

Het weer had zich tot nu toe goed gehouden zodat we konden genieten van de prachtige uitzichten over de vallei. We bereikten het dorpje Geissbach ( niet meer dan een paar huizen….) en stapten verder tot aan het Terrasse Napoléon, het hoogste punt van deze wandeling.

Spijtig genoeg was het ondertussen lichtjes beginnen te regenen maar omdat we door een bos liepen viel dit goed mee. We gingen voorbij de ruïnes van een kasteel en hadden een beetje verder een prachtig uitzicht over de vallei en de stad Munster.

Nu ging het verder naar beneden richting ons startpunt. Ondertussen was het wat harder beginnen te regenen maar uiteindelijk bereikten we de parking waar de bus stond. Even verder zaten de lange afstandstappers op een terras, zodat wij samen nog iets dronken vooraleer naar het hotel terug te keren. En natuurlijk was er veel te vertellen.

Om 17 uur spoedden we ons in de regen terug naar de bus. We spraken af om een half uur eerder te gaan eten, alsof we voorvoelden dat we die avond héél lang aan tafel zouden zitten. We kregen wel een vijfgangen diner aangeboden met voorgerecht, soep, hoofdschotel, kaas en nagerecht, terwijl er de andere dagen geen soep werd opgediend. Sommigen zochten direct hun kamer op, de meesten trokken naar de bar waar ze bij een grote pint of iets anders nakaartten over de voorbije dag.

Woensdagmorgen geen regen, wel een grijze dreigende lucht. Vandaag reden we met de bus eerst naar de Col du Wettstein (882m), 24 leden stapten hier uit voor de wandeling “Circuit des deux Lacs” van 15,5 km.

De anderen werden door Herman via Col de la Schlucht en langs het Lac de Longemer naar Gérardmer gebracht. In de winter heerst er in de omgeving een drukke wintersport-activiteit en in de zomer staat het meer in de belangstelling. Het 115 ha groot en 38 m diep meer is een overblijfsel van een gletsjer. Naast de verkenning van het stadje heeft iedereen de wandeling rond het meer, ongeveer 7 km, meegedaan. Ze hadden wel pech dat een gedeelte van de goed begaanbare wandelweg afgesloten was en ze een alternatief pad voorgeschoteld kregen dat nogal moeilijk begaanbaar was. Toch konden ze aan de achterkant van het meer aan het Lido, met o.a. golf en een plage, genieten van een mooi vergezicht.

chalet Erichson van de Club Vosgien Munster

Die van de lange afstand hadden intussen een pittig stijgend bospad achter de rug dat samenviel met GR 532. Eenmaal boven aan les Hautes Huttes verlieten we de GR 532 en volgden de aanduidingen naar het Lac de Forlet (1061 m), ook Lac des Truites genoemd, een kunstmatig meer om het debiet van de waterloop Fecht te regelen. Even later konden we in de ferme- auberge Forlet op adem komen en onze dorst lessen.

chalet Erichson van de Club Vosgien Munster

Dan naar Gaertlesrain, met 1163 m het hoogste punt van de wandeling. Onderweg passeerden we het chalet Erichson van de Club Vosgien Munster met een houten standbeeld, uitgehouwen uit een ter plekke groeiende boomstam. Het is trouwens deze Club Vosgien die met 6.000 vrijwilligers de bewegwijzerde wandelpaden onderhoudt. Door een combinatie van bestaande wandelingen (GR en wandelingen van punt tot punt) is men erin geslaagd tientallen luswandelingen te maken, men moet wel meermaals andere tekens en kleuren volgen. Dus enkel maar te doen via de speciaal daarvoor gemaakte wandelkaartjes en best aangevuld met een wandelkaart.

Ondertussen hadden we kennis gemaakt met de specifieke koeien voor deze streek, het ras Vosgienne, waarvan de voornaamste kenmerken zijn: zijkanten zwart met stippeltjes, buik en rug wit, fijne korte poten, zwarte hoeven, goede stappers op alle terreinen (proberen lid te maken van de Sluisstappers…). Vorig jaar in de Morvan hebben we het ras “Charolaise” leren kennen, als dat zo verder gaat worden we nog specialisten in koeienrassen.

de groep aan tafel

Uiteindelijk bereikten we de ferme-auberge Gaertlesrain (1.100 m) waar voor ons een gedekte tafel klaarstond. Vooruitziend als hij is had Wilfried in de loop van de voormiddag al contact opgenomen met de uitbater om onze komst te melden. Met een groep van 24 onverwachts ergens binnenvallen in het laagseizoen zou wel eens problemen kunnen geven. Het was daar zo gezellig dat we langer dan voorzien zijn blijven hangen en het programma werd wat bijgestuurd. Eenmaal terug aan het wandelen waren we vlug aan het Lac Vert (1045 m). De weerspiegeling van de dennen verklaart de naam van het meer. Na nog een stevig tochtje zonder veel hoogteverschil bereikten we opnieuw les Hautes Huttes. Langs dezelfde weg als in de voormiddag gingen we terug naar Col du Wettstein waar Herman samen met de bezoekers van Gérardmer ons stond op te wachten. Sommigen maakten van de gelegenheid gebruik om het militair kerkhof in de onmiddelijke omgeving, verscholen achter een berm, te bezoeken.

We vertrokken om 16u45 en een half uur later waren we in het hotel. Na het avondeten werd iedereen in de bar verwacht voor onze traditionele bingo-avond.

avondactiviteit

Eerst lichtte Wilfried in het kort het programma van de volgende dag toe, dan kregen we de spelregels uitgelegd door François. We speelden eerst voor 1 volle rij, dan voor 2 volle rijen, telkens gewonnen door Jeannine en dan voor een volle kaart, terug gewonnen door Jeannine, maar dan wel die andere. Dan deden we dit scenario nog eens over en waren Dolf, Bruno en Rita de gelukkigen. Elke winnaar werd beloond met een pakket bier of een grote fles, prijzen die door andere clubs gegeven worden bij deelname van een groot aantal Sluisstappers aan wisselbekertochten of andere wandelingen. 

Tenslotte werd er nog gespeeld voor een volle middelste rij en die werd gewonnen door Lieve. Zij kreeg een fles Crémant geschonken door de hoteluitbaatster. De nummers werden getrokken door François, afgeroepen door Wilfried en minutieus gecontroleerd door Etienne. Danny was de fotograaf van dienst. Die avond bleef de bar een uur langer open en dus gingen de laatsten pas om middernacht slapen.

Donderdag reed Herman met ons richting Colmar. Onderweg konden we met eigen ogen vaststellen waarom de Vallée de Munster één van de breedste dalen van de Vogezen wordt genoemd.

Niedermorschwihr

In Niedermorschwihr stapten 30 wandelaars uit voor een wandeling door de wijngaarden. De 4 niet-wandelaars reden verder tot Colmar waar ze naar de markt gingen en wat konden rondkuieren in de stad.

Om kennis te maken met deze wijnstreek had Wilfried een wandeling in een acht-vorm uitgekozen. De eerste lus, ongeveer 2 uur, startte met een licht stijgend pad, een soort panoramaweg die ons onmiddellijk tussen de wijnstruiken bracht. In de verte zagen we Colmar liggen en we merkten dat druivenstruiken niet alleen op flanken worden geplant maar ook op vlakten.

We kwamen enkele pelgrims tegen die naar Compostela trokken via de route “Chemin Alsacien” die hier voorbij komt. Aan een kruis hielden we even halt, hier hadden we een mooi vergezicht. De wandeling ging voortdurend omhoog en omlaag en met een romantisch smal paadje langs de Weidbach, een kleine waterloop, bereikten we het centrum van Niedermorschwihr. De mensen die voor de korte afstand hadden gekozen haakten hier af en zochten een eetgelegenheid op. Met 19 begonnen we aan de tweede lus van een klein uur, deze keer waren we voortdurend ingesloten door druivenstruiken. Aan de kapel St. Wendelin zochten we bescherming tegen de regen maar lang duurde dat niet en we konden weer droog verder. We genoten nog van een mooi uitzicht op de Vallée de Turckheim en nadat we een wijngaard voorbij gingen waar 3 van de 50 Alsace grands crus worden geteeld, daalden we langzaam naar ons vertrekpunt. Tijdens de ganse wandeling hadden we het gevoel dat de unieke gedraaide toren van de kerk ons voortdurend in het oog hield. Er werd afgesproken te verzamelen om 13u45 voor het vertrek naar Colmar.

Colmar

In Colmar werden we opgewacht door de marktgangers en samen trokken we de stad in. Omdat onze tijd beperkt was, werd gekozen voor een ontdekkingstocht waarbij Wilfried, geassisteerd door Etienne, ons liet kennismaken met enkele gebouwen en plaatsen zoals: het huis met de hoofden, de Dominicanenkerk, maison Pfister (het meest gefotografeerde huis van Colmar), de St. Martinkerk, de leerlooierswijk, de overdekte markt, de viskade, de idyllische stadswijk Petite Venise.

Dan gingen we terug naar de bus want om 16u15 was er een afspraak geregeld voor een bezoek aan de wijnkelder “Schoenheitz” in Wihr-au-val.

We werden door de gastvrouw-wijnboerin, die samen met haar man het bedrijf runt, begroet en meegenomen naar de kelder. We kregen uitleg over de geschiedenis van de streek en de wijncultuur en Wilfried zorgde voor de vertaling. De zeven druivensoorten die in de Elzas worden geteeld zijn: Sylvaner, Pinot Blanc, Pinot Noir, Riesling, Muscat d’Alzace, Pinot Gris en Gewurztraminer. Omdat het nog een relatief jonge wijnkelder betrof, waren er geen voorhistorische toestanden te zien maar moderne en efficiënt opgestelde installaties die het rijpingsproces zo weinig mogelijk verstoren. De met de hand geplukte druiven worden een verdieping hoger geperst zodat de sappen op een natuurlijke wijze rechtstreeks in de lager opgestelde citernes terecht kunnen komen. In verhouding met andere wijnstreken is de Elzas met 15.000 ha een klein wijngebied maar deze streek heeft wel een zeer divers wijnaanbod en een enorm rijk smakenpalet.

wijnkelder “Schoenheitz” in Wihr-au-val

Om de consument beter te informeren heeft de heer Rémy Gresser, de nieuwe voorzitter van de Conseil Interprofessionnel des Vins d’Alsace en zelf wijnboer in Andlau, het voorstel gedaan om in de toekomst op de flessen niet alleen de wijnsoort te vermelden maar ook de aanduiding sec (droog), demi-sec (halfdroog), moelleux (zoet) en liquoreux (likeurzoet).

Dan mochten we proeven. We begonnen met een Crémant, gevolgd door witte wijnen van droog tot (heel) zoet en tussenin een rode wijn. Bij elke wijn werd uitleg gegeven hoe en bij wat we hem konden drinken. Tot slot konden we ook wijn kopen. Daarna vertrokken we richting hotel want daar was ook nog een extraatje voorzien.

Om 18u30 werden we in de bar verwacht voor een aperitief, ons aangeboden door het huis.

Een “laatste avondmaal” sloot onze goed gevulde dag af en we konden ons mentaal en praktisch (inpakken) gaan voorbereiden voor de terugreis.

Vrijdagmorgen werd het mysterie van de platte kaas – of was het yoghurt – bij het ontbijtbuffet opgelost. De verpakking werd er bij gehaald en wat bleek??? Het was tóch platte kaas, tot verbazing van Monique die ervan overtuigd was de hele periode lekkere yoghurt te hebben gegeten, zij lust immers geen platte kaas. Na het ontbijt was iedereen op het afgesproken uur (9u15) aan de bus om de terugreis aan te vatten.

Kaysersberg

In Kaysersberg, een toeristisch stadje waarop de Middeleeuwen en de Renaissance hun stempel hebben gedrukt, was onze eerste stop voor een korte kennismaking. Vanaf de parking stapten we achter de rug van Wilfried en assistent Etienne de stad binnen. Eind 1944 werd deze bij de bevrijding zwaar beschadigd maar daarna snel in zijn glorie hersteld. Het kasteel was vroeger een strategisch punt om het doen en laten in de vallei te controleren. 

We konden een overvloed aan mooie typische huizen voor deze streek bewonderen. Aan het geboortehuis van Albert Schweitzer (Nobelprijs voor de vrede in 1952) en zijn standbeeld keerden we terug naar de hoofdstraat, de rue du Général de Gaulle. Onderweg zagen we nog enkele ooievaars Albert Schweizerrondvliegen of op hun nesten op de daken zitten. De ooievaar is opvallend aanwezig in deze streek en wordt tevens beschouwd als geluksbrenger. We hadden nog tijd om iets te gaan drinken of nog wat rond te wandelen en om 10u30 waren we terug aan de bus.

De weg naar Riquewihr, onze volgende stop, viel samen met de Elzasser wijnroute. Deze toeristische route, 170 km lang, tussen Marlenheim (ten Westen van Straatsburg) en Thann (ten Westen van Mulhouse) doorkruist de volledige wijnstreek van de Elzas.

Albert Schweitzer

Vanaf de busparking in Riquewihr bereikten we via een wegje, dat eigenlijk alleen maar door de plaatselijke bewoners mocht gebruikt worden, het centrum van het stadje. Riquewihr bestaat uit slechts één hoofdstraat, de rue du Général de Gaulle (weer hij, deze man heeft in elke dorp of stad wel een plein of straat naar hem genoemd) met enkele zijstraatjes. Nergens is er op zo’n kleine oppervlakte zo een rijke verscheidenheid van 16e en 17e eeuws vakwerk te vinden en dat is de reden waarom dit kleine stadje midden in de wijngaarden een massa toeristen aantrekt. Aan de in 1291 opgerichte 25 m hoge toren de Dolder, vroegere toegangspoort en symbool van Riquewihr, werd de wandeling ontbonden. In kleinere groepen gingen we op zoek naar eten.

Riquewihr: postmuseum

Op de terugweg naar de bus hadden enkelen in een zijstraatje een mooie oude postkoets ontdekt aan het Elzasser Postmuseum, gehuisvest in een Renaissance bouwwerk uit 1540. Een foto mocht hier niet ontbreken.

Om 14u zat onze kennismaking met de Elzas erop en vertrok de bus richting Nieuwenrode.

oude postkoets

Vóór Ribeauvillé verlieten we de wijnroute om daarna via de autostrade richting Straatsburg en Metz te rijden. Op basis van zijn beroepservaring vond Herman het beter niet via Luxemburg te rijden maar vóór Thionville de baan te nemen naar Longwy om zo ons vertrouwd AC-restaurant Hondelange nabij Arlon te bereiken. We kregen een uur om een hapje te eten en onze chauffeur in regel te stellen met de verplichte rusttijden.

Om 18u45 vertrokken we voor het laatste traject en na een behouden reis kwamen we om 21 uur in Nieuwenrode toe.

Tijdens deze geslaagde midweek hebben we een streek leren kennen waar een groot aantal deelnemers nog nooit was geweest. Het aanbod van historische steden en dorpen, de wijncultuur en vooral uitgebreide wandelmogelijkheden gaf bij velen het gevoel van “hier wil ik nog eens terugkomen”.

Mede door de mogelijkheden die deze streek biedt is het dit jaar goed gelukt een programma op te stellen waarbij zowel de niet-wandelaar als de korte- en de lange afstandstapper zijn gading vond en er bovendien nog een vleugje cultuur bij kreeg.

We willen dan ook onze organisatoren bedanken voor het geleverde werk: François voor de algemene coördinatie, de contacten met het hotel en het financieel aspect; Wilfried voor de verkenning van de wandelingen ter plaatse, het verzamelen van de documentatie, het begeleiden van de wandelingen en de stadsbezoeken en tenslotte Etienne voor het aanmaken van de klevers en het begeleiden van de wandelingen als gids of verkenner.

de bus der stappers

Ook een speciale attentie voor onze chauffeur Herman die ons reeds jaren op onze bestemmingen brengt. Een moeilijke bergpas of smal straatje is voor hem geen probleem om ons op de afgesproken plaats af te zetten of op te halen, indien nodig fungeert hij zelfs als “belbus”.

Dan nog een speciale vermelding voor de gebroeders Van Roy die hun “infrastructuur” ter beschikking stelden als vertrek- en aankomstplaats.

We zijn benieuwd wat er volgend jaar zal aangeboden worden…..

Pierre en Jeannine




© LV 2018