Next

Compostella

2 tot 16 september 2014

Volgende Sluisstappers trokken deze zomer naar Compostela: Blommaert F - Delestré W – Goossens J – Bosmans E – Potums M – Van Roy L – V. D. Troost J – V. D. Broeck M – Olbrechts B – Maes D – Van Gompel G.  Hier volgt het verslag van hun tocht. Wij hebben ons hiervoor gebaseerd op het verslag van Monique Schamp één van de bedevaarders.

compostella 2014 1

2 september - 16 september 2014

16 dagen waren we op weg met een volle autocar : mensen met verschillende achtergronden, gedreven camino-stappers, geoefende wandelaars, sportievelingen, jongelui en kranige zeventigers, genieters van het leven, vrome pelgrims en een goed bemande (bevrouwde) foerierdienst.

Na 3 dagen bussen met tussenstops in Merignac, vlakbij Bordeaux (1ste nacht), in Burgos (2de nacht), in Fromista, Leon en Astorga (3de nacht) keek iedereen verlangend uit naar de eigenlijke pelgrimstocht.

10 dagen hebben we gestapt vanuit Astorga via Cruz de Ferro, Ponferrada, Villafranca del Bierzo, Cebreiro, Sarria, Portomarin, Palas de Rei, Boente, Lavacolla tot Santiago.

Bij aankomst in Astorga had Jaak een verrassing in petto. Hij stelde voor om vóór het avondeten een inlooptocht van circa 5 km te stappen. Hierdoor zou de zware 1ste etappe iets korter worden. Bij de kathedraal gaf Karel ons enkele gedachten ter overweging mee. Op de pelgrimstochten met Jaak wordt traditiegetrouw bij de aanvang van iedere stapdag een bezinningsmoment gehouden, suggesties ter overweging tijdens het stappen of een vitamientje voor het leven. Samen sluiten we dan af met het caminolied. 

Vrijdag 5 september, daar gaan we dan

Stephane bracht ons tot aan ons eindpunt van gisteren. Van hier af moesten onze voeten en benen ons dragen, bergop en bergaf. Het werd een tocht van ruim 25km, we klommen van 900m tot 1500m om Cruz de Ferro te bereiken. Daar lieten we een steen, die we van thuis hadden meegebracht achter, als symbool voor de  zorgen en vreugden van onszelf en onze vrienden.

De 2de dag bracht Stephane met de bus ons terug tot aan Cruz de Ferro. Er wachtte ons een flinke afdaling tot Ponferrada. De zon was ons gunstig. Maar goed ook, want de afdaling over afgesleten rotsbodem zou bij regenweer niet optimaal geweest zijn. Spanje kent een grote verering voor Maria(O.-L.-Vrouw geboorte). We hebben het geweten want in Ponferrada waar we drie keer overnachtten, feestten ze drie dagen lang.

Zondag 7 september

compostella 2014 2

Wanneer het in Galicië niet zevert dan regent het wel, doet het dit niet dan giet het wel. Dus vandaag een etappe in weer en wind. Schoenen sompig nat vanwege het hemelwater dat met emmers neerviel op de anders zo stoffige wegen tussen de wijnvelden van El Bierzo. Van de pracht der natuur viel weinig te genieten. Alle leed werd doorgespoeld met een frisse pint bij aankomst in Villafranca del Bierzo.                  

’s Anderendaags zijn er veel gestart met nog natte schoenen en blaren op de voeten.  Pijnlijk als je op keien moet wandelen. De weg liep door een immens kastanjebos. De picknick door Stephane en zijn hulpjes (vandaag waren er veel) klaargemaakt, smaakte heerlijk. Na de picknick wachtte ons nog een stevige klim naar O Cebreiro.

Spijtig genoeg was het vandaag jaarmarkt in dit prachtig dorpje zodat het er razend druk was en wij niet konden genieten van de pittoreske gebouwen en uitzichten. 

Hiermee zat de langste etappe van onze tocht (35 km) er op. Door al die drukte moest Stephane zijn bus een heel eind buiten het dorp parkeren waardoor de afstand nog wat langer werd….

Bij de klim naar O Cebreiro stapten we voorbij de grenspaal die de grens met Galicië aangeeft : nog 152,5km te gaan. Van hieraf staat om de 500m zo’n paaltje.

Op de Camino Francès geraak je de weg niet kwijt, de gele pijlen, de blauwe keramiektegels met een gele St.-Jacobsschelp, de granieten mijlpalen die de afstand aangeven, de beeldhouwwerken van één of ander kunstenaar geven een gevoel van zekerheid.

Dinsdag stapten we vanaf de Cebreiro door een zacht glooiend landschap. Bospaden en grindwegen wisselden elkaar af. 

Het was aangenaam wandelen tot de Alto do Poio(1350m) en een lange, gemakkelijke afdaling bracht ons naar de picknickplaats in Triacastela.

Van Triacastela naar Sarria volgden wij de oudste en rustigste route. De weg voerde ons via een aantal kleine, mysterieuze van de wereld afgescheiden dorpen die door keienpaden (amaai de voeten) en grindwegen met elkaar verbonden zijn. Een 5-tal km voor Sarria wachtte Stephane ons op en bracht ons naar het hotel. Voor velen onder ons was dit een zware dagtocht.

Woensdag. We klommen een hoge trap op naar de kerk in Sarria voor de start van deze dagetappe. We stapten door een vruchtbaar gebied, een landschap dat aan Bretagne doet denken : akkers en weilanden zijn afgezoomd met stenen muurtjes. De geplaveide straten in de pittoreske dorpen zijn bedekt met koeienvlaaien. Gelukkig was het droog weer want anders werd het een ware glijbaan!

We passeerden een onooglijk klein dorp met enkele mooie ‘horreos’, schuurtjes op poten van graniet. Dit waren bewaarplaatsen voor de maïs, zodat muizen en andere knaagdieren er niet bij konden.

In Brea stapten we voorbij kilometerpaal 100. Daar werd menig kiekje genomen

Na de picknick daalden we af naar Portomarin aan de Rio Mino.

In 1962 verdween het oudste deel van het dorp onder het water van het stuwmeer. De stad werd hogerop weer opgebouwd. 

De San Nicolaskerk werd afgebroken en steen voor steen weer opgebouwd op de heuvel. Op het kerkplein lesten we onze dorst op een gezellig terras. Stephane kwam ons hier ophalen want logeren deden we in Palas de Rei, tevens het eindpunt van onze etappe van morgen.

Zevende etappe. We vertrokken aan de San Nicolaskerk in Portomarin waar de terrasjes nog niet open waren…

De camino voerde ons langs typische Galische landschappen : door struiken overwelfde wandelpaden, beuken-, eucalyptus- en eikenbossen en natuurlijk de vele typische horreos.

In het bijwijlen zo regenachtige Galicië kan het ook behoorlijk warm zijn. We stopten in een bar om de droge kelen te verfrissen. De één na de andere pelgrim dook de bar binnen. Het werd alsmaar drukker op de route. 

Vele Spanjaarden vertrekken in Sarria en stappen de laatste honderd kilometer tot Santiago. Dit is een voorwaarde om de ‘Compostelana’ te bekomen, het bewijs dat men de Camino heeft gelopen.

De weg bleef maar klimmen en dalen tot we in Palas de Rei het hotel bereikten.


Vrijdag, achtste stapdag.

compostella 2014 3

Langs kleine binnenwegen verlieten we de provincie Lugo en kwamen in de provincie A Coruna.

Stappend over de restanten van de Romeinse weg bereikten we het mooie dorpsplein in Leboreiro met zijn typische cabeceiros. Dat zijn horreos in de vorm van een gigantisch hoge mand gevlochten van wilgentenen.

We picknickten net voor het stadje Melide. Wie zin had, ging in de pulperia inktvis proeven. Hier kreeg Jeannine het droeve bericht dat haar moeder plots overleden was. Anderen kregen van het thuisfront heuglijk nieuws over het welslagen van (klein)kinderen bij de examens.

In Boente wachtte de autocar. Stephane bracht ons naar ons hotel in Lavacolla. Na een verfrissende douche genoten we van een heerlijke pacharan als aperitief. De hoeveelste? Ik weet het niet meer, maar ondertussen heeft iedereen in de groep dit lekker drankje leren kennen.

Hostal San Paio is een ietwat verouderd hotel maar de gemoedelijkheid die dit familiebedrijfje uitstraalt, maakt alles goed. 

Het avondmaal met rijkgevulde schotels vergezeld van witte en rode wijn in overvloed smaakte heerlijk.


Zaterdag, we vertrokken waar Stephane ons de dag voordien had opgehaald. 

Er wachtte ons een lange etappe tot aan het hotel in Lavacolla. 

We stapten hoofdzakelijk over zand- en aardewegen door de uitgestrekte eucalyptusbossen. In deze streek worden veel van deze bossen aangelegd daar zij een goede papierkwaliteit leveren.

Even voorbij Santa Irene wachtte de picknick. Annemie kreeg het moeilijk op deze etappe en ook François, de getrainde stapper, strompelde naar de picknick en moest afhaken.

Het waren waarachtig lange kilometers. Even verpozen in een bar en de kelen smeren met een frisse pint.

In het hotel genoot het hele gezelschap van….een pacharan.


Zondag 14 september, Santiago komt in zicht.

Jaak nam naar gewoonte de taak op zich om op de laatste stapdag de bezinning te verzorgen. We startten aan het kerkje van Lavacola.

Het werd een druilerige herfstdag. Op de Monte del Gozo, de berg van de vreugde, regende het echter pijpenstelen, onmogelijk om in de verte de torens van de kathedraal te zien. Maar na regen komt zonneschijn, ook hier in het natte Galicië en enkele km verder stapten we Santiago de Compostela binnen onder een dubbele regenboog.

Rond half elf stonden we op het voorplein van de kathedraal tussen de dranghekkens en de radio- en tv-zenders die verslag zullen uitbrengen van de slotrit in de Vuelta.

Als pelgrim feliciteerden we elkaar, dankbaar om wat we samen mochten beleven. Tijd voor een groepsfoto op de trappen voor de Porta Santa.

In de pelgrimsmis (12u.) voelden we ons verbonden met de vele bekende en onbekende tochtgenoten. Na de viering kregen we het indrukwekkende schouwspel van het slingerend wierookvat, de botafumeiro.

Het was druk in het pelgrimsbureau waar we na de middag onze ‘Compostelana’(pelgrimsdiploma) afhaalden.


Maandag 15 september. Stephane bracht ons naar de westkust.

We stapten de laatste kilometers tot Finisterra, het meest westelijke punt van Galicië waar volgens de overlevering het bootje met het lichaam van Jacobus op de rotskust strandde

compostella 2014 4

Het verbaasde ons dat zoveel pelgrims doortrekken naar deze plek. Hier laten ze een schelp, een sjaal, een hoed of wat dan ook achter. Hier worden zelfs schoenen of kleren verbrand.

Dit was ook voor ons een echt einde van onze tocht.

Na een nachtje in Finisterra, bracht Stephane ons ‘s anderendaags naar de luchthaven in Santiago waar we het vleituig opstapten richting België.

De tocht is goed verlopen. De reisformule is ons goed bevallen

Stephane is een gouden chauffeur(hij is 50), hij brengt ons vanuit het hotel naar de startplaats van de etappe en wacht de dappere stappers op aan het einde van de etappe.

Hij vindt steeds een geschikte picknickplaats, hij zorgt voor soep en koffie en mede dankzij zijn trouwe foerierdienster, Griet, is er brood, groenten, allerhande toespijs en fruit voor de hongerige magen.

Jaak stapt als laatste van de groep en ontfermt zich over achtergebleven schapen.

Wie met Jaak en Stephane meetrekt, weet dat wanneer het te moeilijk wordt, je met de autocar verder kan.

‘n Pluim voor de organisatie !  

© LV 2018